Sejarah Kota Yogyakarta

Heeft ontrokken, en ook over al hetgeene door hem zeedert zyne verwydering van het hoff tot Souracarta Adiningrat in de daarop gevolgde troubelen ten desen eylande met de mal-contente en de nog daarvan in leven zynde rebelleerende Princen is ondernoomen soo ten nadeele van de Compagnie en Haren wyt uytgebreyden staat op deze Cust als den zetel van het Mattaramsche Ryk, de protectie en bescherming van de Nederlandsche g’octroyeerde oost-Indische maatschappye weder is koomen imploreeren op de dikmalige gereitereerde seriuse en seer ernstige aanmaningen van den presenten heer Gouverneur en directeur langs Javas noord oost Cust, uyt naam ende van weegen wel melde Comp. Gegagte Sulthan vergeven & geremitteerd hebben alle soodanige reedenen van offentie als hooggeme.

Haer Edelens in voorsz. Gevallen tot een billuk rerrentiment gegeeven zyn, en daarby teffens goedgevonden hebben denselven te benoemen en aan te stellen tot Sulthan van de helft den bovenlanden van het Javase ryk om nevens den presenten Soesoehoenangh Pacoeboeana daarover ofte de provintien en districten, welke een ieder by derselver verdeeling te beurt komen te vallen, het gezag te voeren onder den Titul en Eernaam van Sulthan Hamingcoeboeana Senopaty Ingalaga Abdul Rachman Sahidin Panat-gama Kalifattolach, zoo verklaare ik Nicolaas Hartingh, Gouvernoer en directeur en plenipotentiaris tot dese vreedehandeling aan myn kant uyt naam ende van weegen de doorluchtige Nederlandshe Oost Indische Compagnie denselven tegenwoordig te benoemen, aan te stellen, en te erkennen voor wettig verkooren Sulthan over de landen, welke als een leen aan denselven werden afgestaan met het recht van successie voor zyne wettige erven desselfs zoonen Adipatty Anom, Maas Soendoro, en Ingabey, ingevalle zig omtrent d’Compe.

Wel komen te gedragen, en ik Sulthan Hamingcoeboeana certificeere en verklare by desen met de uyterste dankbaarheyd en erkentenisse als een singuliere gunst die waardigheyt te ontfangen op de hierna te meldene conditien en voorwaarden, welke van beyde de contracteerende parthyen sullen werden aangesien als een eeuwige wet, die onverbrekelyk en van wederzyden heyliglyk en oprechtelyk zal werden onderhouden en naargekomen.

Artl.2

Daar zal dan nu en ten allen dage een oprechte vrindschap & harmonie resideeren tusschen de onderdanen van de doorluchtige Nederlandsche Oost-Indische Compe. En de volkeren van Java om malkanderen in allerley nood en verleegenheyt hetrouwelyk met Raad en Daad by te staan, elkanders best te bevorderen en schaaden af te weiren, Even alsof zy een volk waaren.

Artl.3

En om zulx te beeter te bevestigen sullen zoowel den ryks-bestierder als andere hoofdregenten en alle degeene, dewelke in de bovenlanden eenig gezag hebben, wanneer zy doro den Sulthan worden aangesteld, alvoorens tot de exercitie van haar ampt te worden g’admitteerd tot Samarang in persoon moeten koomen afleggen aan handen van den gouverneur & directeur, die aldaar van wegens de Nederlandsche Oost-Indische Compagnie het gezag zal voeren, den eed van Trouwe en gehoorsaemheyt, even als omtrent haaren vorst en met gelyke betrekkinge als tot denselven.

Artl.4

Den Sulthan zal ook niemand tot voorsz. Eerampten van ryksbestierder of hoofd of andere regenten aanstellen dan na voorafgaande approbatie van hooggemelde Generaal & Raaden, aan welke de genomineerden sullen worden voorgedragen ter erlanging van derselver toestemming, tzy door den Sulthan zelfts of zynen ryksbestierder by een brief direct aan Haer Hoog Edelens dan wel door den Gouverneur en directeur op Samarang, nadat hem zulx van het hoff zal weesen versogt en opgedragen, gelyk ook den Sulthan in selver voegen niemand van de reedenen van dien te hebben opgegoeven aan de heeren Generaal en Raden, en derselver toestemminge daartoe te hebben erlangt, alles om tot een openbaar bewys te dienen dat de Compe & Java voortaan onafscheydelyk en als een zullen zyn.

Artl.5

Den Sulthan verklaart en verseekert ook by desen niement van de thans in leven zynde regenten ooyt eenige de minste moeyte te zullen aandoen ofte deselve tot eenige verantwoording of rekeschap trekken over hetgeen in dese laatste troubelen voorgevallen is, en het gedrag dat zy daarinne gehouden hebben, maar in selver voegen gelyk de Compe. Genereuslyk vergeevn heeft al het groot ongelyk dat haer is aangedaan, ook te zullen vergeeven & nimmermeer revengeeren wat zyn onderhoorige omtrend hem mogten hebben gepecceerd.

Artl.6

Den Sulthan verklaart en beloofd voorts dat hy tegenwoordig geene pretensie maakt nog nimmer maken zal op het geheele Eyland Madura, nog op de starnden door de Comp. Wettig beseeten werdende, ingevolge het contract tusschen Haar en den nu overleeden Soesoehoenang Paccoeboeana geslooten den 18 May anno 1746 en dat niet allen voor zig maar ook voor zyne erfgenaamen, item dat hy, byaldien de Compe.

Hem daartoe aansoek mogt komen te doen, deselve met alle zyne kragten en vermoogens zal byspringen en adsisteeren tegen alle desulke, die haar vyandelyk mogten koomen aan te tasten en te overvallen, in het wreedig bezit harer zeeprovintien, waartegen zy weder aan Zyn Hoogheyt, soodra die reets weesentlyk aan deselve Compe. Zal hebben gelevert een Jaer zyner landsproducten tegens de hieronder gefixeerde en vastgestelde pryzen zal doen uytkeeren de helft van de 20000 Spaanse realen, welke door haar weegens den afstand der strand-regentschappen worden betaalf en soo vervolgens jaerlyx.

Artl.7

Inzelvervoegen belooft en neemt den Sulthan aan den presenten Soesoehoenang Pacoeboeana, hofhoudende Tot Soeracarta Adiningrat met alle Zyne vermogens by te zullen springen, wanner zulx noodsakelyk mogt worden bevonden, en dat niet allen den presenten vorst, maar ook alle die de Compe. Van tyd tot tyd mogt goed vinden daartoe te verkiesen en uyt haeren name het gebied in zyn plaats komen te voeren, beyde tegens uytheemsche en binnenlndsche vyanden of rebellen.

Artl.8

Al verder verbind den Sulthan zig om alle de in zyn land vallende & vercoerbaere producten aan de Compe. Te zullen leeveren en doen leeveren ofte aen de, haerent weegen ten dien eynde na de bovenlanden gesonden werdende inkoopers te vergebruyk is geweest, Te weeten:

Een coyang groene catjang van 28 picols ieder van 130 lb.van rds. Hollad 25.

Een coyang witte bonen van 28 picols ieder 130 lb.van rds.Holland 16.

Een picol van 130 lb.ronde swarte peper en dubbeld geharpte, rds. Holland 5.

Een picol van 130 lb. swarte peper en dubbeld geharpte, rds. Holland 5.

Een picol van 130 lb.lange peper en dubbeld geharpte, rds. Holland 5.

Een picol van 130 lb.Cardamom en dubbeld geharpte, rds. Holland 5.

Een picol van 130 lb.Corianderzaat en dubbeld geharpte, rds. Holland 3,43½ .

Een picol van 130 lb.finkelzaat en dubbeld geharpte, rds. Holland 6.

Een picol van 130 lb.mostertzaad en dubbeld geharpte, rds. Holland 6.

Een picol van 130 lb.indigo eerste soort en dubbeld geharpte, rds. Holland 78,6.

Een picol van 128 lb.Cattoene garen, 1 soort La. A, rds. Holland 40.

Een picol van 128 lb.Cattoene garen, 2 soort La. B, rds. Holland 30.

Een picol van 128 lb.Cattoene garen, 3 soort La. C, rds. Holland 20.

Een picol van 128 lb.Cattoene garen, 4 soort La. D, rds. Holland 16.

Een picol van 128 lb.Cattoene garen, 5 soort La. E, rds. Holland 10.

Een picol van 128 lb.hartshoorn, rds. Holland 1,30.

Belovende daarenboven het zyne te zullen contribueren en zyn gezag en authoriteyt te gebruyken, soo sulx noodig mogt werden g’oordeelt, om de procure der voorsz. Producten te melioreeren en een ruymen insaam en leverantie te besorgen tot contentement der E. Maatschappye en tot welzyn van zyne onderdanen, zig zoo omtrent de aanplanting als uytroeying schikkende na de begeerte van ged. Compagnie, die hem, dit geraden g’oordeelt werdende, sulx sal laten adverteeren en bekent maken.

Artl.9

Eundelyk worden hierby voro g’insereert en meede door Zyn Hoogheyd beswooren gehouden alle voorgaande contracten, verbintenissen en overeenkomsten tusschen de Nederlandsche Oostindische Compe. En de vorsten van ‘t Mattarmse ryk successive geslooten en aangegan, speciaal die van der Jaere 1705, 1733, 1743, 1746 en 1849, voor sooverre de poincten daarinne vervat niet strydig werden bevonden met dit tractaat, waarin byaldien het tegen hoop en verwagting quam te gebeuren dat door den Sulthan Hamingcoeboeana ofte zyne successeurs in vervolg van tyd infractie wierde gemaakt en daer tegen aangegaan, zal denzelven verstoken zyn en blyven van het geheele bezit derlanden, provitien en districten thans aan hem als een leen afgestaan werdende, welke in sulk een onberhoopt geval tot de Compe. Zullen terugkeeren om over deselve in diervoegen te disponeeren als deselve na bevinding van zaeken geraden oordeelen zal.

Aldus Gedaan, gecontracteert en b’eedigt in ‘s vorstens campement tot Gantie den 13 February anno 1755.

At a certain time a trading ship dopped its anchor at the Batavia harbour. The trading ship was a large one but due to a mighty storm in the middhe of the ocean, its mast was broken. It happened to reach the harbour of Batavia; it followed the direction to which the wind was then blowing. After being moored, the ship’s captain stepped out of the ship and after he had been on the shore, he met guards at the pier and asked them for information. The captain of the ship was a nobleman hailing from Ngerum and his name was Sayid. Accompanied by the guards at the pier, Mr. Sayid Besar called on the Governor General of Batavia.

As the same time, Pangeran Pancuran had came back to Batavia after doing his duty as the delegate of the Governor General to eliver a letter to Sri Sunan Kebanaran at Mataram. Pangeran Pancuran gave a report on what he had experienced and he also told that Tumenggung Mangunhoneng was still staying at the Kebanaran Palace as Sri Sunan Kebanaran still desired to be with him. Then he delivered the letter of reply of Sri Sunan Kebanaran ti the Governor General. He hurriedly read the letter sent by Sri Sunan Kebanaran after which it was clear that he was uneasy.

Pangeran Mangkubumi or Sri Sunan Kebanaran examined the identification letter carefully and the he smiled gently. He knew already that Mr. Sayid Besar’s identification letter was made and issued by the Governor General of Batavia himself and did not originate from the Sultan of Ngerum. Intelligently but firmly, Sri Sunan Kebanaran said:

‘Mr. Sayid Besar, I understand what you have told me and I extremely appreciate the desire of His Exellancy Sulthan Abdullah Chotbisat. Therefore I can comply with Sri Sultan Ngerum’s request but I should like to bring forward a request to Sri Baginda.

The request is as follows:

1. I should like to be a King who is appointed by the people of Mataram and not by the Dutch Goverment.

2. I ask that my nephew Sri Susuhunan Paku Buwana III continue to be king at Surakarta.

3. The palace heirlooms, the heritage left behind by our ancesters of the Mataram kingdom must be devided into two, one part for me and the other part for my nephew Sri Susuhunan Paku Buwana III and the lands and regions which are under my dominion continue to be mine.

4. The Governor of Semarang Van Hogendrorff must be discharged and replaced because he is only after his own interest.

Sri Susuhunan Paku Buwana III continued to sit on his throne; it means that his dominion had to be devided into two, namely one part was for the Surakarta Palace and the other part was for the Mataram Palace with Sri Sunan Kebanaran as its king.

‘I will order Sri Susuhunan Paku Buwana III to devide into two all of the inheritance and heirlooms left behind by the ancestors of the Mataram kingdom. All of the lands managed by Sri Sunan Kebanaran will continue to be in the possession of Sri Sunan Kebanaran. And I do not have any objection to the discharge of Major Hogendorff the Governor of Semarang.’

After everything had been done according to plans, Mr. Sayid Besar offered a prayer of thankfulness to Almighty God. Then he said good bye and returned to Batavia by way of Surakarta and Semarang. Mr. Sayid Besar was seen off by a great mark of homour which was given by the Kebanaran Palace. The company of the delegates of the Sultan Ngerum headed for the Surakarta Palace to hand over the request of Sri Sunan Kebanaran to Sri Susuhunan Paku Buwana III concerning the division of the heritahe left behind the Mataram kingdom which was at the Surakarta Palace.

Sri Sunan Kebanaran himself had also sent a delegation to the Surakarta Palace to inform Sri Susuhunan Paku Buwana III about the coming of the company of Mr. Sayid Besar to Mataram and in addition to that, he also asked Sri Susuhunan Paku Buwana III to speedily make an agreement about the division of power with the kingdom of Mataram on conformity with the desire and request of the Sultan of Ngerum which meant that the Mataram kingdom had to be devided into two kingdoms.

After his return to Batavia, Mr. Sayid Besar immediately gave a report about the result of his mission to the Governor General. The Governor General was extremely satisfied because his efforts and ideals could materialize. To show his thankfulness to Mr. Sayid Besar, the Governor General gave a banquet at the Governor General’s palace. At the banquet it was also announced that Mr. Sayid Besar was officially permitted to stay permanently here and that he was also allowed to have his trade-ship repaired at the harbour of Batavia.

The execution of the treaty between Sri Susuhunan Paku Buwana III of Surakarta and Sri Sunan Kebanaran was performed at Orooro woods of Giyanti under a large banyan tree. Giyanti was located about 11 kilometers from the city of Surakarta near the town of Karanganyar. The treaty was called the ‘Treaty of Giyanti’ and was concluded on the 13th of February 1755. During the signing of the treaty each of the two kings was accompanied by a troop of warriors to join in witnessing the division of the Mataram kingdom into two parts (that banyan tree fell down in 1968).

The Governor General of Batavia whose name was Mossel empewered JV Nicolass the new Governor of Semarang to witness the signing of the ‘Treaty of Giyanti’. To commemorate the occation, a monument was contructed (on the site where the monument was constructed, a boulder can seen now; it surrounded by a fence).

The afore-said which were formerly under the dominion of Sri Susuhunan Paku Buwana III were given to Sri Sunan Kebanaran and then Sri Susuhunan Paku Buwana III were given to Sri Sunan Kebanaran and heritage and heirlooms of the Mataram Palace.

Sinuwun Suwarga dan hubungan dengan Pangeran Mangkubumi amat dekat.

Sultan Hamengku Buwono I mendirikan Karaton Yogyakarta dengan dukungan rakyat. Paku Buwono III memberi ucapan selamat.

Paku Buwana III aktif dalam mengembangkan sastra dan budaya. Karya Paku Buwana III yaitu Serat Wiwaha Jarwa. Di samping itu, Paku Buwana III juga ikut menyempurnakan Serat Iskandar dengan wajah baru. Dalam bidang kesenian, beliau aktif melestarikan tari ritual kenegaraan, yaitu Bedhaya Ketawang, yang diperagakan oleh sembilan penari putri.

Perkembangan sastra Jawa semakin pesat setelah ketegangan politik yang berakar dari konflik intern keluarga kraton mereda sejak diadakan Perjanjian Giyanti dan Salatiga. Paku Buwana III ikut terlibat aktif dalam proses perdamaian itu. Kemahiran Paku Buwana III dalam soal sastra budaya diwariskan kepada putranya yang bernama Sunan Bagus atau Paku Buwana IV yang juga menjadi pujangga ulung. Beliau bersahabat erat dengan kasultanan Yogyakarta.

Putri raja Yogyakarta, Hamengku Buwono VII, Ratu Hemas menikah dengan Paku Buwono X. Pernikahan ini memperkokoh Karaton Mataram.

Para Raja Mataram

1. Panembahan Senopati 1586 – 1601

2. Prabu Hanyakrawati 1601 – 1613

3. Sultan Agung Hanyakrakusuma 1613 – 1645

4. Sunan Amangkurat I 1645 – 1677

5. Sunan Amangkurat II 1677 – 1703

6. Sunan Amangkurat III 1703 – 1705

7. Sunan Paku Buwana I 1705 – 1719

8. Sunan Amangkurat Jawa IV 1719 – 1727

9. Sunan Paku Buwana II 1727 – 1749

10. Sunan Paku Buwana III 1749 – 1755.

11. Sultan Hamengku Buwono I menjadi raja tahun 1755

Kraton Yogyakarta lahir dengan rahayu widada. Perkembangan kebudayaan Jawa semakin bagus dan tertata. Sejak tanggal 13 Februari 1755 kerajaan Mataram dibagi menjadi dua yaitu Kraton Surakarta dan Kraton Yogyakarta.

Pada tanggal 17 Maret 1757 berdiri kadipaten Pura Mangkunegaran yang berada di bawah kekuasaan Kasunanan Surakarta. Berdasarkan perjanjian Salatiga. Pada tanggal 17 Maret 1813 berdiri Kadipaten Pura Paku Alaman yang berada di bawah kekuasaan Kasultanan Yogyakarta.

Generasi muda perlu sadar masa silam. Sejarah Jawa selanjutnya berjalan dengan gancar lancar, arum kuncara, ngejayeng ing jagad raya. Kraton Yogyakarta berdiri pada tahun 1755.

Kota Yogyakarta punya sejarah yang panjang. Berguna untuk bahan bacaan bagi generasi muda.

(LM-01)

BAGIKAN KE :